Onderzoek naar succesfactor beeldende therapie


Als beeldend therapeut bij Reik ontdekte Liesbeth Bosgraaf hoezeer deze non-verbale vaktherapie cliƫnten helpt om meer grip te krijgen op hun gevoelens en daarmee ook op hun emoties en gedrag. Om deze practise based inzichten te onderbouwen, is Bosgraaf gestart met wetenschappelijk onderzoek naar de werkzame elementen van beeldende therapie.

Kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB) zijn zelden gebaat bij cognitieve interventies als zij kampen met gedrags- en/of emotionele problematiek. “Ervaringsleren past veel beter bij deze doelgroep, daarom zijn vaktherapieën zo waardevol”, stelt Bosgraaf, die twintig jaar ervaring heeft in het werkveld. “Door alle inzichten die ikzelf en andere beeldend therapeuten hebben vergaard, vermoeden we dat affectregulatie één van de essentiële werkzame elementen van ons vak is. Om die hypothese wetenschappelijk te onderbouwen, ben ik gestart met promotieonderzoek.”

Boos of blij


Wat is eigenlijk affectregulatie? “Affecten zijn onderliggende, vaak onbewuste spanningen en gevoelens”, legt Bosgraaf uit. “Het herkennen en hanteren van die gevoelens noemen we affectregulatie. Het is iets dat we al vanaf onze vroegste jeugd leren, waarbij het belangrijk is dat er op een passende manier door de omgeving wordt gereageerd op onze gevoelens. Bij de LVB-cliënten met gedrags- en/of emotionele problematiek is die ontwikkeling ergens verstoord. Vaak hebben zij geen besef van hun onderliggende gevoelens, laat staan dat ze er grip op hebben. Ze benoemen hooguit boos of blij, terwijl zoveel méér onder de oppervlakte schuilt.”

Voelen staat voorop


Volgens Bosgraaf kun je pas emoties bij jezelf en anderen herkennen als je eerst in staat bent om de verschillende gevoelens die in jezelf leven te onderscheiden. “De therapie begint standaard met het reguleren van spanning en het opbouwen van vertrouwen, anders kom je überhaupt niet bij die gevoelens. Cliënten mogen in de sessies simpelweg ‘ervaren’ door het werken met materialen. Het voelen staat voorop en dat kan ook prima zonder precies te begrijpen of te benoemen wat er speelt. Ze leren via het beeldende werk hun gevoelens gewaar te worden en anders te reageren op die impulsen. Deze affectregulatie kan echt een positief verschil maken in het leven van cliënten. ”

Focus op LVB


“In mijn onderzoek ligt de focus bij kinderen en adolescenten met een LVB, omdat juist zij zo gebaat zijn bij non-verbaal ervaringsleren”, vertelt de beeldend therapeut, die inmiddels een functie als beleidsadviseur bij Alliade combineert met onderwijs en onderzoek op hogeschool Stenden. “Bovendien is afbakening nodig voor wetenschappelijke onderbouwing. Om diezelfde reden ga ik in het onderzoek alleen uit van beeldende therapie, al lijkt het principe van affectregulatie ook voor andere vaktherapieën te gelden, zoals muziek, drama en beweging. Deze non-verbale therapieën doen in de praktijk allemaal ‘iets’ dat helpt, maar we willen de werkzame elementen graag expliciet boven tafel hebben. Daarom dit onderzoek. Cliënten hebben baat bij passende richtlijnen en voor organisaties als Reik is het waardevol om evidence based te kunnen werken”

Pionieren


Bosgraaf doet haar promotieonderzoek in samenspel met het kennisnetwerk Affectregulerende Vaktherapie (ArVT), hogeschool Stenden en Zorggroep Alliade, waar Reik deel van uitmaakt. “Al in de aanloopfase werd helder dat ik aan een pioniersklus ben begonnen. Vaktherapie heeft een achterstand in onderzoeksland en het werk in de sociale sector past niet binnen de gangbare onderzoeksparadigma’s. Daar komt nog bij dat affectregulatie door de wetenschap als een vaag begrip wordt gezien. De eerste uitdaging was daarom het specifiek maken van het onderzoeksvoorstel en mogelijk scherpen we dat gaandeweg nog verder aan.”

Effect meten


Het onderzoek richt zich vooralsnog op de werkzame elementen van beeldende therapie voor kinderen en adolescenten met een LVB en gedrags- en/of emotionele problemen. Het kennisnetwerk ArVT stelde al een practise based methode op, gebaseerd op aannames en literatuuronderzoek rondom affectregulatie. “Uiteindelijk doel is een effectmeting, maar dat vraagt eerst een procesevaluatie waarbij we bekijken of de deelnemende therapeuten aan het onderzoek de beschreven methode overeenkomstig toepassen. Klopt de rode draad, dan gaan we casestudies doen, om per geval het resultaat te bekijken. Door die casestudies vervolgens te stapelen, kunnen we statistisch gezien bepalen wat de meest werkzame elementen zijn én wat het effect daarvan is.”

Netwerk betrekken


Bosgraaf past bij het stapelen een wetenschappelijke methode toe die speciaal voor sociale studies is ontwikkeld, de zogenoemde systemische N=1. “Zo kunnen we door het combineren van individuele uitkomsten toch iets over de groep zeggen. Groot voordeel van deze methode is dat we het onderzoek via het reguliere werk kunnen doen én dat we ook het netwerk van de cliënten kunnen betrekken via vragenlijsten. Affectregulatie is helaas niet meetbaar, maar we kunnen wél de affectinterpretaties van cliënten meten. De uitdaging daarbij is om de korrelatie aan te tonen met hun sociaal emotionele ontwikkeling. We zien in de praktijk de verbeteringen, maar nu is het zaak om daar in de komende jaren ook wetenschappelijk grip op te krijgen.”