Wat je handen maken, vertelt een verhaal


Ons eigen hoofd begrijpt soms niet wat er allemaal in ons leven gebeurt. Dat maakt dat het lastig om te praten over wat er in je omgaat. Het is vaak fijner om in plaats van veel te praten gewoon te doen en te voelen. Gelukkig hebben we onze handen, die heel goed je verhaal kunnen vertellen door iets te maken. Bij beeldende therapie ga je daarom aan de slag met materiaal. Alles kan, van tekenen, schilderen en kleien tot het bewerken van hout en metaal.

Alles is goed


Iedereen kan tekenen, schilderen, kleien of zagen. We zijn allemaal creatief en alles wat je handen maken, is goed. Het vertelt jouw verhaal en daar gaat het om bij beeldende therapie. Soms krijg je opdrachten of ga je samen met de therapeut iets uitproberen. Je gaat bijvoorbeeld ontdekken hoe verschillend materiaal voelt. Zo heeft kneden in zachte klei een ander effect dan een harde spijker in hout slaan. En priegelen op een klein papiertje doet iets anders met je dan een groot vel vol schilderen. Het belangrijkste is doen en ervaren. Je kunt vertrouwen op wat je handen willen maken.

Jezelf beter leren kennen


Door bezig te zijn en samen met de therapeut te kijken naar de werkstukken die je hebt gemaakt, leer je je eigen verhaal steeds beter te begrijpen. Zo kom je er achter wat je anders zou willen en ga je dat binnen de therapie aanpakken. Je kunt gewoontes  en emoties leren herkennen door de manier waarop je te werk gaat en de werkstukken die je maakt. Je kunt ontdekken wie je bent, wat bij jou past en wat je wilt. Of je leert hulp te vragen, eerst te denken en dan te doen en je eigen keuzes maken. Beeldende therapie helpt ook om heftige gebeurtenissen te verwerken of rustiger in je hoofd te worden. Het kan ook goed helpen bij rouw of verlieservaringen.

Beeldende therapie is geschikt voor kinderen, jongeren en volwassenen. Het wordt ook toegepast bij gezinstherapie of gecombineerd met andere behandelingen.

Meer weten? Lees ook 'Onderzoek naar succesfactor beeldende therapie'