'Dit geeft kinderen een duwtje in de rug in een periode waarin ze het nodig hebben'


Soms is de thuissituatie voor een kind niet stabiel genoeg om veilig te kunnen opgroeien. Een meeleefgezin kan dan uitkomst bieden. Hoe is het als je kind naar een meeleefgezin gaat? En wat betekent het om meeleefgezin te zijn? Olcay en Joke vertellen.

Olcay Küsmüs (44) is alleenstaande moeder van Ingmar (nu 15). Door een hersenbloeding raakt ze op haar negenentwintigste fysiek beperkt. Voor de opvoeding van Ingmar, die een licht verstandelijke beperking heeft, staat ze alleen. Een uitdaging die ze moedig aangaat. Toch is de betrokken gezinsvoogd van mening dat ze de zorg voor Ingmar niet volledig aan kan. Als Ingmar 10 jaar is, bepaalt de rechter dat hij uit huis wordt geplaatst en naar een meeleefgezin gaat. Het is moeilijk voor Olcay: “Ik had alleen hem; elke moeder wil bij haar kind zijn.”

Tijdelijk vangnet


De rust en regelmaat in het meeleefgezin doen Ingmar goed. Op school gaat het prima en hij heeft veel minder driftbuien dan eerst. In de weekenden en vakanties thuis gaat het steeds beter. Het lijkt erop dat Ingmar best weer thuis zou kunnen wonen. Dat ziet ook de gezinshulpverlener van Reik. Bovendien heeft Olcay een warm netwerk om zich heen verzameld met mensen die kunnen helpen, waaronder Ahmet, een familievriend, die nauw betrokken is. Het besluit valt: Ingmar mag terug naar huis. Inmiddels is Ingmar 15. Een lieve, keurige jongen die gek is op z’n moeder en zijn best doet op school. Het meeleefgezin is een fijn, tijdelijk vangnet voor hem geweest. Olcay: “Maar dat ik nu weer zelf voor mijn zoon kan zorgen, is toch het allermooiste!”

Veilig thuis


Joke (57) en André (58) hebben drie kinderen. Thuis is het een zoete inval; voor iedereen staat de deur open. Om die reden hebben ze zich een paar jaar geleden aangemeld als meeleefgezin. Joke: “Ik kan het niet verkroppen als een kind geen veilige plek heeft om op te groeien. Kom maar bij me, denk ik dan, ik zorg wel voor je.” Intussen hebben ze het tweede meeleefkind in hun gezin opgenomen: een veertienjarige jongen. “Toen hij hier kwam, zat hij boos op de bank, zo van: hoe lang moet ik hier blijven? Ik snap goed dat een kind op die leeftijd liever thuis is dan bij vreemden. Verwachtingen heb ik niet. Wij willen hem vooral zonder oordeel het gevoel geven dat hij mag zijn wie hij is. Het gaat heel goed met hem!”

Duwtje in de rug


Als meeleefgezin heb je contact met de ouders, met hulpverleningsinstanties en met de voogdij. Joke: “Het is weleens lastig dat je voor zaken als een bezoek aan de orthodontist steeds moet overleggen, maar daar gaan we relaxed mee om. Ik hoop dat de kinderen die bij ons komen een gevoel van eigenwaarde en zelfrespect krijgen. Dit is een klein duwtje in de rug in een periode waarin ze het hard nodig hebben.”