Wet zorg en dwang


Iedereen heeft recht op vrijheid. Vrijheid om zijn eigen mening te geven. Vrijheid om te gaan en staan waar hij wil. Iedereen heeft ook recht op zijn eigen keuzes, groot of klein, verstandig of niet zo handig. Dat geldt ook voor mensen met een verstandelijke beperking. Ook voor hen is het belangrijk om zélf invloed te hebben op hun leven. Om bijvoorbeeld zelf te kunnen bepalen wat ze eten en drinken, hoe laat ze naar bed gaan, en waar ze wonen en werken.

Om goed een keuze te kunnen maken, is het belangrijk dat de cliënt de informatie over zijn zorg en ondersteuning begrijpt. En dat hij de gevolgen van zijn keuze kan overzien. Hij is dan ‘wilsbekwaam’. Wanneer een cliënt dat niet kan, is hij voor de beslissingen rond dat onderwerp of in die situatie ‘wilsonbekwaam’. In de taal van de wet heet dit ‘wilsonbekwaam ter zake’. In dat geval beslist een vertegenwoordiger voor de cliënt. Een cliënt kan bijvoorbeeld wilsbekwaam zijn voor de beslissing om wel of niet te roken. Maar wilsonbekwaam als het gaat om het slikken van medicijnen.

Of iemand wilsonbekwaam is, wordt altijd vastgesteld door een deskundige, bijvoorbeeld een arts of een gedragskundige.

Afspraken


In het persoonlijk plan van de cliënt staan alle afspraken over de zorg en ondersteuning die hij krijgt. Als het kan, maken we die afspraken met de cliënt. Ook als hij een vertegenwoordiger heeft. Alleen wanneer de cliënt ter zake wilsonbekwaam is, maken we afspraken met de vertegenwoordiger. Uitgangspunt is altijd dat de cliënt alleen zorg en ondersteuning krijgt die hij zelf wil. Vrijwillige zorg dus.

Soms is het lastig om afspraken te maken over de zorg en ondersteuning die nodig is. Omdat medewerkers, de cliënt of zijn vertegenwoordiger het niet met elkaar eens zijn. Het is belangrijk om dat met elkaar te bespreken en te zoeken naar een oplossing mwaarmee iedereen het wél eens is. Als dat lukt, worden de afspraken aangepast en in het persoonlijk plan gezet.

Onvrijwillige zorg


Soms is er andere zorg nodig dan in het persoonlijk plan staat. Zorg die de cliënt niet wil. Er is dan sprake van onvrijwillige zorg. Onvrijwillige zorg is alle zorg waarmee de cliënt of u als zijn vertegenwoordiger niet instemt. Ook wanneer u hebt ingestemd met de zorg maar de cliënt zich verzet, is er sprake van onvrijwillige zorg. Volgens de Wet zorg en dwang mag onvrijwillige zorg niet, behalve als er sprake is van ernstig nadeel voor de cliënt of zijn omgeving én dit niet op een andere manier voorkomen kan worden. Het uitgangspunt is dus altijd: ‘Nee, tenzij…..’.

Vertrouwenspersoon Wzd


Hebt u vragen of klachten over onvrijwillige zorg? Bespreek dit dan altijd eerst met de zorgverantwoordelijke. Probeer samen een oplossing te vinden. Lukt dat niet? Neem dan contact op met de vertrouwenspersoon Wzd. Die is er niet alleen voor cliënten, maar ook voor familie. De vertrouwenspersoon is onafhankelijk en de gesprekken zijn vertrouwelijk.

De vertrouwenspersonen zijn:

Jordy en Mieke in gesprek over de Wet Zorg en dwang


Jordy (lid cliëntenraad) stelde vragen over de Wet zorg en dwang aan Mieke (medisch directeur). Ze maakten er een filmpje van: