Al doende ‘praten', de kracht van het werkstuk binnen beeldende therapie


29 oktober 2019

Voor een bepaalde groep cliënten is beeldende vaktherapie een uitkomst. Niet iedere cliënt praat even makkelijk. Maar door het maken van creatieve werkstukken uiten deze cliënten hun gevoelens en ideeën op een manier die ze moeilijk mondeling kunnen verwoorden. Beeldende therapie is daarmee een waardevol onderdeel van de behandeltherapieën binnen Reik.

Siska (46) doet aan beeldende therapie om zichzelf beter te leren kennen en te leren waarderen. “Deze vorm van therapie doet me wel wat. Meer dan ik tevoren dacht. Ik ben ‘donkerdenkend’ maar als ik een keer aan de gang ben, vind ik toch telkens weer iets waarmee ik verder kan.” Ze wijst op een groot zwart vel met daarop afbeeldingen van katten, een hond, een grote kievit,  een aantal spirituele afbeeldingen, en een fotootje van zanger Waylon. “Ik zoek rustpunten. En mijn liefde voor spiritualiteit, dieren en muziek leveren me die. Dat zijn voor mij belangrijke zaken. Zeker Waylon”, grijnst ze. “Maar”, voegt ze er direct serieus aan toe, “tatoeages trouwens ook. Kijk die hond staat voor mijn eigen hond. Die kievit staat voor mijn vader. Met hem ging ik vroeger altijd kievitseieren zoeken. Nu al een hele tijd niet meer, hij is overleden. Alle afbeeldingen zijn voor mij waardevol en warm.” Claudia Dekker-Niezen, beeldend therapeut, haakt in: “Je had ‘m af en je zei: ‘Ik krijg er kippenvel van’.

Comfort zone
Beeldende vaktherapie is praten aan de hand van materialen. Volgens Dekker-Niezen en haar collega Jeltje Soepboer praten sommige cliënten makkelijker over een werkstuk of over materiaal dan over zichzelf. “Mijn ervaring is dat door dit meer ‘indirect werken’, de cliënt zich veiliger voelt en zich daardoor ook makkelijker laat zien. Er is een aantal belangrijke aspecten aan zo’n werkstuk. Het is concreet, tastbaar en er is tegelijk ook afstand mogelijk. Je kunt echt waarnemen wat je ziet. Het geeft grip. Daarnaast heeft zo’n werkstuk verschillende functies: je kunt het een plek geven, het koesteren, je kunt je erop uitleven, op afreageren of weggeven. De werkstukken gaan over de identiteit van de cliënt. Wat past bij hem of haar? Het hoeven geen perfecte of heel mooie werkstukken te zijn. Het gaat om het proces. Bijvoorbeeld, wat doet het materiaal je? Kan je er wat mee, durf je ermee te experimenteren? Kan de cliënt fantasie en werkelijkheid scheiden? Maken cliënten onderling contact, kunnen ze samenwerken, of is er sprake van verlegenheid of faalangst? Is er sprake van angst bij een cliënt en wat heeft hij of zij dan nodig om zich veilig te voelen. We proberen zicht te krijgen op de belevingswereld van de cliënt. Ik haal mensen ook uit hun comfort zone door ze bijvoorbeeld te vragen andere kleuren te gebruiken dan dat die persoon – al dan niet onbewust - al een tijdje in de werkstukken gebruikt. En de één is heel precies in waar er een streep verf wordt gezet, terwijl de ander met grote streken verf op een doek helemaal los gaat. Dat soort zaken zegt iets over een persoon en bepalen welke interventies je als therapeut inzet om de gestelde doelen te behalen. In het geval van Siska kun je van je leven een levenslijn maken van goede en nare gebeurtenissen. Die kun je zo groot of gedetailleerd maken als je zelf wilt. Soms is het maken van zo’n lijn alleen al voldoende. Het ordenen is al positief, het geeft overzicht en rust in het hoofd. Ook gebruiken we de levenslijn regelmatig als voorzet voor traumatherapie in de vorm van EMDR. ”

Flexibel
De ervaring van Dekker-Niezen en Soepboer is dat bij Reik alle therapieën meer en meer flexibel worden ingepast, afgestemd op de hulpvraag van de cliënt. Beeldende therapie kan dan onderdeel zijn van een groter geheel.  Siska: “Oh, ik ben hier wel wat langer bezig. Mijn doel in deze therapie is dat ik me weer goed ga voelen over mezelf en een positiever zelfbeeld krijg. Ik ga straks EMDR volgen om mijn trauma’s te verwerken. Dan neem ik die werkstukken zeker mee. Ik ben namelijk ook erg vergeetachtig, dat komt door mijn medicijnen. Dus als ik dingen vergeet, haal ik de werkstukken erbij om die gevoelens weer op te roepen.”

Terug naar overzicht