Essay Mieke Draijer over jeugdzorg in Friesch Dagblad


23 mei 2019

Mieke Draijer, directeur medische zaken bij Zorggroep Alliade, geeft haar visie op de huidige jeugdzorg weer in een essay dat zaterdag 18 mei in het Friesch Dagblad verscheen:

​De jeugdzorg is een zorgenkind. Er is een sterke groei van het aantal jongeren dat een beroep doet op jeugdzorg. Tegelijk sluit de zorg die we bieden lang niet altijd goed aan op wat jongeren nodig hebben. Vooral in de specialistische jeugdzorg wringt dit. Klinische bedden in de (jeugd)psychiatrie zijn versneld afgebouwd, terwijl het ambulante antwoord nog onvoldoende is ontwikkeld. Het kind met een echte stoornis dreigt de rekening te betalen. Tijd om de handen ineen te slaan.

Uit onderzoeken van het Rijk en uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat sinds de overdracht van de jeugdzorg aan gemeenten in 2015 ongeveer 12 procent meer jongeren gebruik maakt van een vorm van jeugdzorg. Het gaat daarbij om ruim 400.000 jongeren in de leeftijd van 0 tot 18 jaar (2017). Ongeveer 370.000 jongeren krijgen daarbij ambulante hulp en ondersteuning zonder verblijf en bijna 50.000 met verblijf. Daarbij is deels sprake van overlap, waarbij zowel vanuit gebiedsteams hulp aan huis wordt geboden als dat er sprake is van verblijf. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer er gezinshulp is en de jongere tijdelijk uit huis is geplaatst en verblijft in een pleeg- of meeleefgezin.

In totaal krijgt ongeveer één op de tien jongeren in Nederland een vorm van hulp. Jongens vaker dan meisjes en de hulpvraag is het sterkst in de basisschoolleeftijd. Er zijn grote verschillen tussen gemeenten. Zo is de hulpvraag bij grote gemeenten gemiddeld hoger en is dit ook weer afhankelijk van het aantal jongeren met een migratieachtergrond of van het aantal gezinnen dat in relatieve armoede leeft. Zo is in Leeuwarden, een stad die zich kenmerkt door relatief veel arme gezinnen en sociale problematiek, het percentage jongeren dat een beroep doet op jeugdzorg met 18 procent het hoogste in Nederland.

Complexe samenleving

Niet alleen het percentage jongeren en gezinnen dat een beroep doet op jeugdzorg stijgt, ook de ernst van de problemen neemt toe en daarmee de vraag naar intensieve zorg en ondersteuning. Wat maakt dat er opeens zoveel jongeren een beroep doen op de jeugdzorg? Steeds meer mensen kunnen de hectiek en druk van de huidige complexe samenleving niet meer aan en vallen buiten de boot. Om mee te kunnen doen, moet je minstens een mobieltje hebben en op social media aanwezig zijn. Verslaving en oplopende schulden liggen op de loer.

Zeker mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) hebben moeite om te gaan met de vele prikkels die in het dagelijks leven op hen af komen. Zij zijn minder goed in staat hun leven te plannen, wat weer kan leiden tot chaos, weinig overzicht, schulden, frustratie en moeilijk soms agressief gedrag. Ook zie je vaak dat door opvoeding en sociale omstandigheden problemen binnen families worden 'doorgegeven' van generatie op generatie. Een vicieuze cirkel van problemen ligt op de loer.

Niet alleen voor mensen met een LVB is het leven ingewikkeld, ook mensen met een bovengemiddelde begaafdheid ervaren een enorme druk om te presteren in deze samenleving. Alles moet leuk zijn. Het is een grote ratrace. Studenten moeten ongelooflijk veel doen. Hard studeren, liefst bestuurswerk ernaast en baantjes. Intussen lopen de studieschulden en de zorgen op, terwijl ze niet weten of die gewenste goede baan nog wel in het verschiet ligt. Intussen moeten ze wel op social media 'het ultieme geluksbeeld' uitstralen. Iedereen 'is en heeft het fantastisch….' Dat alles maakt wel dat er bovengemiddeld veel jongeren uitvallen en met psychische problemen kampen. Van die worsteling zie je niets op facebook.

Specialistische jeugdzorg naar de gemeenten

Al die jongeren hebben een vorm van hulp nodig, meer of minder zwaar. Sinds de transitie van de jeugdzorg moeten ze daarvoor aankloppen bij hun gemeente. De gedachte achter de transitie van de jeugdzorg van provincie naar gemeente is een mooie. Namelijk dat gemeenten dichter bij gezinnen staan en daardoor ook beter in staat zijn om te bepalen wat nodig is en deze hulp dichtbij gezinnen te organiseren. In veel gevallen werkt dat ook goed, zeker waar het de lichtere jeugdzorg betreft.

Maar met het overhevelen van de specialistische jeugdzorg naar de gemeenten is een fout gemaakt. Vormen van jeugdzorg die voorheen onder de Algemene Wet Bijzondere Zorgkosten (AWBZ en tegenwoordig de Wet Langdurige Zorg) of de Zorgverzekeringswet vielen, zijn ook overgeheveld naar de gemeenten. Dat geldt bijvoorbeeld voor kinderpsychiatrie. In het kader van bezuinigingen die met de transitie gepaard gingen, zijn vervolgens versneld klinische bedden in de GGZ afgebouwd, terwijl er nog onvoldoende goede ambulante vormen van zorg voor zijn ontwikkeld. Daardoor dreigen kinderen met ernstige problemen tussen wal en schip te vallen.

Zo ziet Talant, een organisatie voor verstandelijke gehandicaptenzorg, de laatste jaren een sterke toename van cliënten met een LVB en ernstige gedragsproblemen. Ze komen binnen vanuit een crisissituatie, waarbij het kind, de familie en hulpverleners volledig zijn vastgelopen. De jongeren  hebben vaak niet of te laat de juiste hulp gehad, waardoor de situatie uit de hand loopt en tijdelijke opname soms nog de enige uitweg is. Eerder preventief ingrijpen had in een aantal gevallen escalatie van de problemen kunnen voorkomen. Er is te lang - vaak met goede bedoelingen – geworsteld, ten koste van het kind en vaak ook het gezin dat er omheen staat.

Transformeren en tegelijk bezuinigen - de opdracht die de Haagse politiek de gemeentes en aanbieders van zorg meegaf – is geen geweldige combinatie. Bij zo'n grote overgang moet je vaak in de eerste periode meer geld uitgeven, zodat de zorg ook echt goed geregeld is. Daarna kun je oogsten. Nu zitten tal van gemeenten, zeker ook in Friesland, met grote tekorten op de WMO en de Jeugdwet en is de druk op gemeenten enorm om met minder middelen de zorg te regelen.

Juist het bezuinigen op en decentraliseren van hoog specialistische jeugdzorg heeft gevaren in zich. Voorheen werd deze zorg provinciaal georganiseerd en gefinancierd. Op deze manier droeg een provincie de risico's en de kosten voor kinderen uit de regio. Op dit moment dragen de gemeenten waar de voorzieningen zich bevinden de kosten voor de zorg voor kinderen die lang niet altijd uit de eigen gemeente komen. En daarbij hebben ze nog een bezuinigingsopdracht ook. Een onmogelijke opgave die onherroepelijk gaat leiden tot het buiten de gemeente houden van zorgvragers en dus zorgaanbieders.

Het kind in de thuissituatie houden

Om te voorkomen dat die gemeenten zich gedwongen zien om dan op bepaalde vormen van dure zorg te bezuinigen, is onderlinge solidariteit nodig en intensieve samenwerking met gespecialiseerde zorgaanbieders. In Friesland hebben de organisaties Fier, Reik, GGZ Friesland, Jeugdhulp Friesland Elker-'t Poortje, Accare en Ambiq elkaar gevonden in het aanpakken van de hoog specialistische jeugdzorg. Ze doen dit samen met de gemeenten.

Waar het gaat om hulp die in het verlengde ligt van 'gewoon goed opvoeden', zoals omgang met social media en gezond leven, meer bewegen en rust, kunnen kinderen en gezinnen heel goed ondersteuning krijgen vanuit de gebiedsteams. Maar waar de problemen dieper zitten en gespecialiseerde hulp nodig is, bijvoorbeeld op het gebied van psychische hupverlening, systeemtherapie binnen het gezin of tijdelijke uithuisplaatsing, schakel daar in een vroeg stadium specialisten bij in. Dit kan veel leed en uithuisplaatsingen voorkomen.

De genoemde organisaties hebben de insteek om waar dat maar mogelijk is, het kind in de thuissituatie te houden. Uit tal van onderzoeken is gebleken dat het voor het kind in de meeste gevallen het beste is om thuis te blijven wonen. Dit kan bijvoorbeeld met behulp van Multi Systeem Therapie, intensieve begeleiding in gezinnen. Daarbij wordt niet alleen het kind ondersteund, maar krijgt het hele gezin hulp bij de opvoeding en bij zaken als schuldsanering, verslavingsproblematiek en sociale problemen.

Als het echt even niet meer gaat in het eigen gezin, omdat het onveilig is of te onrustig, dan wordt eerst gekeken of er ergens in de keten rond het gezin, bij een opa, oma of tante, tijdelijk plek is. Op die manier kan het kind zoveel mogelijk in de eigen omgeving blijven. Daarbij worden ook sociale verbanden als sport- en wijkverenigingen ingezet. Daarnaast blijft wel een klein deel aan bedden noodzakelijk om kinderen tijdelijk op te vangen en waar nodig te behandelen. Dat kan binnen de GGZ zijn bij zware psychische klachten of verslaving, of bij een pleeg- of meeleefgezin.

'Matched care'

Nu werken veel gemeenten volgens het principe van 'stepped care'. Wanneer de ingezette vormen van hulp niet aanslaan of onvoldoende zijn, komt er steeds een stapje bij. In die gevallen waarbij er echt sprake is van en stoornis in de vorm van bijvoorbeeld autisme of psychische problemen kan het dan erg lang duren voordat het betreffende kind de juiste zorgt krijgt. Dit zijn vaak die situaties waarbij het uiteindelijke totaal uit de hand loopt en er daarna alleen nog de mogelijkheid resteert van een langdurige opname. Beter is 'matched care', waarbij in het geval van een stoornis of ander serieus probleem al heel snel een topspecialist aan het gebiedsteam wordt toegevoegd om de juiste diagnose te stellen en te zorgen voor hulp op maat in plaats van te lang doormodderen. Uiteindelijk is dit beter voor het kind en gezin en zal het op termijn waarschijnlijk ook goedkoper zijn dan een langdurige opname in een zorginstelling.

Omdat het hier duurdere gespecialiseerde hulp betreft, zou de financiering bovenregionaal moeten gebeuren en dus niet per gemeente. Op die manier bouw je solidariteit in en voorkom je dat de ene gemeente in verhouding veel hogere kosten voor de kiezen krijgt, dan de andere. Want door te grote tekorten ontstaat het gevaar dat goede hulpvoorzieningen, die hun nut hebben bewezen, uit financiële nood worden wegbezuinigd. Het zou zelfs het meest logisch zijn om dit stukje topzorg weer onder te brengen bij de Zorgverzekeringswet. Dat is niet hip, maar wel nodig. De intensive care in een ziekenhuis besteden we ook niet uit aan de gemeenten. De hoog specialistische jeugdzorg is ook een vorm van intensive care, maatwerk voor kinderen met ernstige problemen. Dat moeten we met elkaar veiligstellen.

Rol van de samenleving

Als samenleving hebben we ook wat te doen. We moeten meer om gezinnen heen gaan staan die het moeilijk hebben en ze niet aan hun lot overlaten. Ook zullen we het onderwijs moeten helpen een sterke rol te pakken in het vroegtijdig signaleren van problemen. En als die er zijn, ervoor zorgen dat de kinderen zolang mogelijk op hun school kunnen blijven functioneren in plaats van ze van school te halen. Kinderen willen meedoen en vooral niet anders zijn dan andere kinderen. De school is daarin een belangrijk ankerpunt. Dat hoort ook bij het zo goed mogelijk in stand houden van de eigen omgeving van het kwetsbare kind. Als dat helpt en nodig is, laat dan zorgverleners meedraaien op een school om daar kinderen, die dat nodig hebben, hulp op maat te bieden.

Als we daar met elkaar in slagen, kunnen we vaker voorkomen dat situaties uit de hand lopen en een crisisopname nodig is die voorkomen had kunnen worden. Want een kind, hoe kwetsbaar ook, hoort in eerste instantie thuis op te groeien. Veilig en beschermd.

Terug naar overzicht